Begin
Nieuw
Bert
Ernie
Oude platen
Nieuwe cd's
Zipje en Zopje
Fotoboek
Weetjes
Knutselen
Links
Merchandise
Zapje (verhaaltje)

Bert
Ernie
Samen

Zipje en Zopje wandelde door de sneeuw naar hun oudere nichtje Zapje. 'Wat een mooie vlokken.' zei Zipje tegen Zopje, terwijl hij naar de grote sneeuwvlokken wees. Ze dwarrelde vrolijk naar beneden op huizen, straten en op Zipje en Zopje. 'Jij bent al helemaal wit,'zei Zopje tegen Zipje,'straks herkent ons nichtje Zapje ons niet meer.' Zopje maakte zich daar geen zorgen om: 'Ze herkent toch onze stemmen wel.' Zipje hoopte dat dat het geval zou zijn, maar hij wist het niet zeker. Het begon nog harder te sneeuwen en overal zag je heuveltjes ontstaan. De straten waar ze elke dag doorheen liepen herkenden ze gewoon niet meer. 'Hier moeten we rechtsaf,' zei Zopje, 'en dan alsmaar rechtdoor en dan komen we bij het grote bos.' Maar Zipje dacht er anders over: 'Nee, Zopje. Hier moeten we nog niet rechtsaf maar de volgende straat. We moeten bij het bakkertje Prut rechtsaf.' Zopje twijfelde...
Hoe heette dat bakkertje, Bert.
Bakkertje Prut staat hier.
Ow.
'Dit is toch het bakkertje?' Zipje keek nog eens goed en liep toen dichterbij. Ja hoor, Zopje had gelijk. Het was het bakkertje Prut, alleen kon je het niet goed zien door de dikke laag sneeuw die op de ruiten neer gekomen was. 'Dan moeten we nu rechtdoor,' en dat deden ze. En bij elke pas zakte ze een stukje de sneeuw in. Knerp knars. Knerp en knars. En toen ze bij bos aangekomen waren zagen ze dat alle bomen spierwit geworden waren. 'Ik ben zo moe' zei Zipje. 'Nog even doorlopen,'zei Zopje, 'we zijn er bijna'. En ze liepen over een smal bospaadje naar het huisje van Zapje. Ze zagen met hoeveel moeite de vogeltjes eten uit de grond probeerde te halen. Zopje hielp de vogels door af en toe de sneeuw weg te halen. Dat vonden die vogeltjes maar wat fijn, dat begrijp je. Eindelijk kwamen Zipje en Zopje bij hun nichtje Zapje aan. Ze waren doodmoe en spierwit. Zipje klopte op de deur, maar er werd niet open gedaan. 'Zapje zou toch wel thuis zijn?' vroeg Zopje zich af. 'Ze weet toch dat we zouden komen?' zei Zipje. Zipje en Zopje hadden het nu wel koud. De sneeuw die eerst wit op hun hoofd en lichaam was begon te smelten en nu werden Zipje en Zapje steeds natter en steeds natter...
Zipje en Zopje, toch, Bert?
Zipje en Zopje, ja hoor.
Ja ik luister goed dat merk je wel!
Ja. Want Zapje die was er niet hé?
Nee.
'Moeten we nu het... moeten we nu het hele eind weer terug lopen?' vroeg Zipje zich huilend af. 'Tis niet te hopen,' zei Zopje, 'want daar heb ik helemaal geen zin in.' Zipje en Zopje gingen teleurgesteld op een paaltje zitten. 'Ik ben zo moe!' zei Zipje, 'en ik heb het koud.' 'Tis wat,' zei Zopje, 'spreek je af. Is er niemand!' Zipje viel van vermoeidheid in slaap en even later Zopje ook. Wat was dat een zielig gezicht: Zipje en Zopje bibberent in de kou voor het huisje van hun nichtje Zapje. Als dat maar goed af liep. Maar wie kwam daar aan? Met een grote tas met boodschappen. Ja hoor, Zapje. Ze deed snel haar deurtje open en liet Zipje en Zopje naar binnen. 'Ik was gevallen' zei Zapje.
Gevallen?
Gevallen.
En had ze zich ook bezeerd?
Nee ze had zich niet bezeerd.
Met haar knie in het verband?
Nee, dat staat hier niet.
Ow.
'En daarom was ik wat later.' Zipje en Zopje gingen meteen om de warme kachel zitten. En de sneeuw smolt van hun lichaampjes af. 'Ik maak wel een lekkere warme kop soep.' beloofde Zapje en liep naar de keuken. Zipje en Zopje keken elkaar aan, wat waren ze blij dat Zapje toch nog gekomen was. Even later zaten ze aan een tafel heerlijk te smikkelen van al het lekkers dat Zapje had klaar gemaakt.
Ja, en toen? Bert, hoe gaat het verder?
Wil je dat ik verder lees?
Ja!
Zipje en Zopje gingen weer terug naar huis. En ze waren blij dat ze weer thuis waren.
Je leest helemaal niet voor, Bert. Nee, ik zie het want je kijkt niet in je boek dat heb je zelf verzonnen.